Naar de inhoud

Een dag aan de Vinkeveense Plassen

De regio · 6 min lezen

Wie op een zomerse dag over de N201 tussen Mijdrecht en de A2 rijdt, ziet aan beide kanten water. Zeilboten, sloepen, mensen op een plank. Dat zijn de Vinkeveense Plassen, het bekendste stuk water van De Ronde Venen en een van de drukst bezochte recreatiegebieden van de provincie Utrecht. Toch kennen veel bezoekers alleen het deel dat ze vanaf de weg zien. In dit stuk vertellen we hoe de plassen zijn ontstaan, wat u er kunt doen en waar u rekening mee houdt als u er een dag op uit gaat.

Water dat door mensenhanden is gemaakt

De Vinkeveense Plassen zijn geen natuurlijk meer. Ze zijn ontstaan door turfwinning, die in de Gouden Eeuw op gang kwam. Amsterdam had brandstof nodig, en het veen in deze streek leverde die. Arbeiders baggerden het natte veen uit de grond en legden het te drogen op smalle stroken land tussen de gaten. Die stroken heten legakkers. Op de legakkers droogde het veen tot turf, die per schip naar de stad ging.

De gaten waaruit het veen kwam, de zogeheten trekgaten, werden in de loop van de tijd steeds groter. Golven en wind knaagden aan de randen, legakkers brokkelden af, en zo groeiden de gaten uit tot open plassen. De lange, smalle eilandjes die u nu nog in het water ziet liggen, zijn de restanten van die oude droogvelden.

Later is ook de zandlaag onder het veen weggehaald. Dat zand werd gebruikt bij de aanleg van de A2 en de bouw van Amsterdam-Zuidoost. Daardoor zijn de plassen op sommige plaatsen tot vijftig meter diep. Voor Nederlandse begrippen is dat uitzonderlijk.

Drie plassen, gescheiden door wegen

Wat vaak de Vinkeveense Plassen heet, bestaat eigenlijk uit meerdere delen. De N201 loopt dwars door het gebied, en ook de Baambrugse Zuwe vormt een scheiding. Aan de oostkant loopt de A2 langs het water. De plassen staan in verbinding met de Amstel, zodat u er met een boot ook vanuit het noorden kunt komen.

Langs de randen liggen de buurtschappen Demmerik en de Baambrugse Zuwe, met monumentale boerderijen en woonhuizen. Bij Demmerik begon de veenwinning al in de twaalfde eeuw. Het dorp Vinkeveen dankt er zelfs zijn naam aan: vink betekent lichte turf.

Aan de westkant merkt u iets bijzonders. Daar ligt de diepe polder Groot-Mijdrecht, zo'n zes meter onder zeeniveau. Het verschil met het water van de plassen is ruim vier meter. Wie over de dijk rijdt of fietst, kijkt aan de ene kant op water en aan de andere kant naar beneden, de polder in.

Wat u er kunt doen

De plassen zijn vooral een watersportgebied. Wat er zoal gebeurt op en in het water:

  • zeilen en varen met een sloep of motorboot
  • zwemmen
  • duiken
  • waterskiĆ«n
  • windsurfen en suppen

Langs het water liggen jachthavens met ligplaatsen. Daar kunt u vaak ook boten en watersportspullen huren. Wilt u een sloep huren voor een dag, dan is het verstandig om in het hoogseizoen ruim vooruit te reserveren. De actuele mogelijkheden en prijzen vindt u bij de verhuurders zelf.

In de plassen liggen ook zandeilanden. Die zijn met de boot te bereiken en hebben voorzieningen voor bezoekers. Op een van de eilanden ligt een duikgebied dat veel wordt gebruikt voor duikopleidingen. Het water staat bekend als helder, en dat maakt het voor duikers interessant.

Varen tussen de legakkers

Voor wie niet zo nodig hard wil, is een tocht tussen de legakkers het mooiste wat de plassen te bieden hebben. Het water is daar smal en beschut, de oevers zijn begroeid, en u vaart door het landschap zoals het er na de turfwinning bij lag. Een deel van de legakkers is in particuliere handen. Let op borden en houd afstand van oevers die afkalven.

De legakkers zijn kwetsbaar. Doordat het veen langzaam wegslaat, moeten ze onderhouden worden. Het beheer van het gebied ligt bij het recreatieschap, en de laatste jaren is er veel gesproken over hoe dat onderhoud betaalbaar blijft. Wie er vaart, helpt mee door niet tegen oevers aan te varen en geen afval achter te laten.

Vogels en natuur

De plassen zijn niet alleen voor recreatie. Samen met de polders Groot-Mijdrecht en de Ronde Hoep zijn ze door BirdLife International aangewezen als belangrijk vogelgebied. Dat komt door de grote aantallen grauwe ganzen, grutto's, kolganzen en andere watervogels die hier leven of overwinteren.

In de rustige delen tussen de legakkers is het vaak stil genoeg om watervogels van dichtbij te zien. In het voorjaar zijn de weilanden rond de plassen het domein van de weidevogels. Een verrekijker in de tas is geen overbodige luxe.

Wie van stillere natuur houdt, kan ook naar Botshol, ten noordwesten van de plassen. Dat is een moerasgebied met twee grote plassen, de Grote Wije en de Kleine Wije, beheerd door Natuurmonumenten. Het is een stiltegebied en alleen toegankelijk met roeibootjes.

Waar u op let

Een dag aan het water is ontspannend, maar een paar dingen zijn goed om te weten.

Het water is op sommige plekken heel diep. Ook als het aan de oppervlakte warm aanvoelt, kan het een paar meter lager flink kouder zijn. Zwem bij voorkeur op plekken die daarvoor bedoeld zijn, en zwem niet alleen ver uit de kant. In het zwemseizoen wordt de kwaliteit van het zwemwater gecontroleerd. Kijk voor actuele informatie bij de provincie Utrecht of op de borden bij de zwemplekken.

Op mooie dagen is het druk, op het water en op de weg. De parkeerplaatsen bij de populaire plekken raken dan snel vol. Wie op tijd vertrekt, heeft meer ruimte en meer rust.

Neem bij een boottocht altijd genoeg drinken, zonnebrand en een extra laag kleding mee. Op open water kan de wind flink aantrekken, en het wordt 's avonds sneller koud dan op het land.

Een dag indelen

Wie voor het eerst gaat, doet er goed aan de dag niet te vol te plannen. Een ochtend op het water, een lange pauze op een van de eilanden en aan het eind van de middag een rondje tussen de legakkers is voor de meeste mensen genoeg. Gaat u met kinderen, kies dan een plek waar het water ondiep begint en waar u ze goed in het oog kunt houden.

Huurt u een boot, vraag dan bij de verhuurder naar de vaarregels en de plekken waar u wel en niet mag aanleggen. Op een drukke dag is het ook prettig om te weten waar de rustigere delen liggen. Wie in het voor- of najaar gaat, heeft het water vaak bijna voor zich alleen.

Hoe u er komt

De plassen liggen tussen Vinkeveen, Baambrugge, Waver, Abcoude en Loenersloot. Met de auto komt u er via de N201 of de A2. Met het openbaar vervoer is het lastiger: er is geen treinstation in Vinkeveen. Het enige station in de gemeente is dat van Abcoude, en vanaf daar is het nog een flink stuk naar het water.

Op de fiets is het een prettige tocht. Er lopen fietsroutes langs en rond de plassen, en vanuit Mijdrecht, Wilnis of Abcoude bent u er snel. Kijk vooraf op een fietskaart, want niet elke dijk is doorgaand.

Een dag uit, en terug

Veel bezoekers komen met de auto, maar dat betekent dat er na een dag in de zon en een drankje op de steiger iemand moet rijden. Of de groep is groot en past niet in een auto. Wie dat niet wil regelen, kan zich laten brengen en ophalen. Taxi de Gouden Venen rijdt in Vinkeveen en de rest van De Ronde Venen en is 24 uur per dag bereikbaar via de website, WhatsApp of op +31 6 17 10 10 36. Ritten binnen de regio worden berekend op tijd en kilometers. Met een groep van vijf tot acht personen meldt u dat bij het boeken, zodat de juiste auto komt. Op de pagina diensten leest u meer over lokaal vervoer en vervoer naar evenementen.