Abcoude ligt op een opvallende plek. Ten noorden begint Amsterdam-Zuidoost, op ongeveer een kilometer van het dorp. Toch hoeft u maar even het Gein op te fietsen om in een landschap te staan dat er al eeuwen hetzelfde uitziet: een smal riviertje, twee weggetjes langs de oevers, boerderijen, molens en weilanden tot aan de horizon. In dit stuk leest u wat Abcoude zo bijzonder maakt en hoe u het Gein het beste kunt beleven.
Een oud dorp aan de rand van de stad
Abcoude is een van de oudste plaatsen in de regio. Het wordt al genoemd in een verslag uit 1085. Het gebied kwam in 953, via een schenking van keizer Otto I, in handen van het bisdom Utrecht. In de middeleeuwen stond hier een slot, het slot Abcoude, dat in 1274 door Gijsbrecht van Amstel werd verwoest. Van dat kasteel zijn alleen de fundamenten nog te zien, met de herstelde slotgracht eromheen.
Als gemeente heeft Abcoude een wisselende geschiedenis. In 1941 ontstond de gemeente Abcoude uit de samenvoeging van Abcoude-Baambrugge en Abcoude-Proostdij. Op 1 januari 2011 fuseerde Abcoude met De Ronde Venen. Sindsdien hoort het dorp, samen met Baambrugge, bij dezelfde gemeente als Mijdrecht, Wilnis en Vinkeveen.
Het dorp telt ruim achtduizend inwoners. Een deel van de kern is beschermd dorpsgezicht.
Water door het dorp
Door Abcoude stroomt de Angstel. Het riviertje komt uit het zuiden, langs Baambrugge, en mondt in Abcoude uit in het Abcoudermeer. Daarna gaat het water verder als de Holendrecht, richting Amsterdam. Bij Abcoude begint ook het Gein, waarover verderop meer.
Het water bepaalt het beeld van het dorp, en wie van Abcoude naar Baambrugge fietst, volgt grotendeels de Angstel.
Kerken en monumenten
In het centrum staan twee kerken die het silhouet van Abcoude bepalen. De gotische dorpskerk is de oudste. Binnen ligt de tombe van een vroegere heer van Abcoude. De tweede kerk is de neogotische kerk van Cosmas en Damianus uit 1888, ontworpen door architect Alfred Tepe. Wie oude kerken mooi vindt, kan ook even doorrijden naar Baambrugge, waar een eigen dorpskerk staat.
Het Fort bij Abcoude
Ten oosten van het dorp, tussen de Angstel en de spoorlijn van Amsterdam naar Utrecht, ligt het Fort bij Abcoude. Het was het eerste fort dat werd gebouwd voor de Stelling van Amsterdam, de verdedigingsring rond de hoofdstad. De bouw begon in 1884. Het was ontworpen in baksteen, maar nadat de bouw een tijd stil had gelegen, werd een deel in beton uitgevoerd.
Het fort is nooit in een oorlog gebruikt en is vrijwel intact. Sinds 2006 is het eigendom van Natuurmonumenten. Het terrein is een rustplek voor vogels, waaronder de ijsvogel, en vleermuizen gebruiken het oude gebouw in het midden. Het fort is niet het hele jaar open. Kijk voor de actuele openstelling op de site van Natuurmonumenten voordat u gaat.
Meer over de forten in de omgeving leest u in Forten van de Stelling van Amsterdam in de regio.
Het Gein
Het Gein is een riviertje van ongeveer zes kilometer tussen Abcoude en Driemond. Het verbindt de Angstel met de Gaasp, die bij Driemond met het Gein samenkomt. Langs beide oevers loopt een smalle weg, Gein-Noord en Gein-Zuid, en daartussen ligt het water. Dat maakt het een van de mooiste routes in de omgeving om te fietsen of te wandelen.
Langs het water staan monumentale boerderijen en twee molens: de Oostzijdse Molen en de Broekzijder Molen. Het Gein maakt ook deel uit van de Stelling van Amsterdam. De Stelling werkte door polders onder water te zetten als de stad verdedigd moest worden, en het Gein lag binnen dat systeem.
Het Gein van Mondriaan
Het Gein heeft ook een plek in de kunstgeschiedenis. Rond 1905 schilderde Piet Mondriaan het riviertje en de omgeving regelmatig. Dat was lang voordat hij bekend werd met zijn rechte lijnen en vlakken in rood, geel en blauw. In zijn vroege werk ziet u een landschap dat nog altijd herkenbaar is: water, bomen, een boerderij, de lucht boven het weiland.
Ook de Amsterdamse wijk Gein in Zuidoost en het metrostation Gein zijn naar het riviertje vernoemd. Zo hebben de stad en het platteland hier niet alleen een grens, maar ook een naam gemeen.
Bruggen over het Gein
Een tocht langs het Gein wordt makkelijker als u weet waar u kunt oversteken. Halverwege ligt de Wilhelminabrug, een brug voor fietsers en voetgangers. Die verbindt het Gein met de Kanaaldijk-West langs het Amsterdam-Rijnkanaal, en via de Liniebrug kunt u verder naar Nigtevecht. Er is ook de Jan Swinkelsbrug voor voetgangers en fietsers. Bij Driemond kruist de Geinboogbrug het water.
Onder het Gein door loopt de spoorlijn van Amsterdam naar Utrecht, via een aquaduct. U merkt daar weinig van als u erlangs fietst, maar het is een goed voorbeeld van hoe de moderne verbindingen hier onder het oude landschap zijn weggewerkt.
Een rondje langs het Gein
Een fijne manier om het Gein te leren kennen is een rondje heen over de ene oever en terug over de andere. Zo ziet u beide kanten van het water en kunt u halverwege bij de Wilhelminabrug besluiten of u verder gaat. Een paar tips:
- De wegen langs het Gein zijn smal en worden gedeeld door auto's, fietsers en wandelaars. Houd rekening met elkaar.
- Op mooie dagen is het druk, vooral in het weekend. Wie vroeg gaat, heeft meer rust.
- Er loopt ook een fietspad vanaf Gein-Noord langs de Gaasperzoom en Gaasperdam naar het recreatiegebied De Hoge Dijk, tot aan de Abcouderstraatweg bij het Abcoudermeer. Daarmee maakt u van het rondje een langere tocht.
Wie wil wandelen, kan het Gein ook in delen doen. Vanaf station Abcoude bent u snel bij het begin van het riviertje.
Botshol, de stille buur
Tussen Abcoude en Waverveen ligt Botshol, een plassen- en moerasgebied van ruim tweehonderd hectare. Het gebied bestaat uit twee grotere plassen, de Grote Wije en de Kleine Wije, die met smalle doorgangen met elkaar verbonden zijn, en een aantal kleinere wateren die langzaam dichtgroeien. Ook deze plassen zijn overblijfselen van turfwinning.
Botshol is een stiltegebied en wordt beheerd door Natuurmonumenten. U komt er alleen in met een roeiboot. Wie die moeite neemt, vaart tussen zeldzame waterplanten als krabbenscheer en blaasjeskruid. Het is het tegenovergestelde van de drukke Vinkeveense Plassen, op maar een paar kilometer afstand.
Abcoude als uitvalsbasis
Abcoude heeft als enige dorp in De Ronde Venen een treinstation. Dat maakt het een prettig vertrekpunt voor wie zonder auto de streek in wil. Met de trein bent u snel in Amsterdam of Utrecht, en vanaf het station kunt u te voet of op de fiets het Gein, de Angstel en het fort bereiken. Kijk voor actuele vertrektijden in de reisplanner.
Ten zuiden van Abcoude ligt Baambrugge, en verder naar het zuidwesten de Vinkeveense Plassen en het natuurgebied Botshol. Zo kunt u in een paar dagen een groot deel van de streek zien zonder ver te reizen.
Thuis na een dag op pad
Een dag langs het Gein eindigt soms anders dan gepland. De wind draait, de benen worden moe, of het wordt later dan gedacht. Vanuit Abcoude kunt u een taxi bellen naar huis of naar uw logeeradres. Taxi de Gouden Venen rijdt in Abcoude en de rest van De Ronde Venen en is 24 uur per dag bereikbaar via WhatsApp, de website of op +31 6 17 10 10 36. Vanuit Abcoude gelden ook vaste prijzen naar Schiphol, Amsterdam Centrum en Utrecht. Die vindt u op de pagina tarieven. Reist u met extra bagage of meer personen, meld dat dan bij het boeken, zodat de juiste auto komt.
